Laatst hoorde ik het verhaal van een leerlinge in de tweede klas. Eerst zat ze nog vooraan en deed ze enthousiast mee. Maar naarmate de weken voorbij gingen leek ze steeds weg te glijden. Huiswerk vergat ze vaker, gesprekken met de mentor draaiden vooral om wat er niet goed gaat. Er kwam een handelingsplan, er volgde een onderzoekstraject. Toch veranderde er weinig. Uiteindelijk haakte ze begin dit jaar af en viel ze uit.
Dit verhaal staat niet op zichzelf. In onderwijs en zorg lopen steeds meer mensen vast. Niet alleen leerlingen maar ook docenten helaas.
We werken vanuit denkkaders die niet meer dragen. Ons onderwijs is humanistisch en plaatst de autonome individu in het middelpunt. Dat idee werd de voedingsbodem voor een maniwr van werken waarin alles meetbaar, competitief en efficiënt moet zijn. Daarna kwam het fabrieksmatige denken het onderwijs bijnen waarin processen gereduceerd werden tot stappenplannen. En door de psychologisering zagen we problemen die eigenlijk systemisch en maatschappelijk zijn, volledig bij het individu neergelegd. Deze moet veranderen.
We ervaren deze problemen als gemis. Een gemis aan warmte. Aan samenhang en bedding. Aan tijd en aandacht in plaats van snelheid en efficiëntie. Aan het gevoel dat je er mag zijn zonder eerst iets te presteren. Aan speelsheid en ruimte om te creëren. Aan het zien van context in plaats van alleen het individu. Aan zingeving die groter is dan doelen en targets.
Wat mensen verlangen, zijn waarden als verbondenheid, diversiteit, creativiteit en betekenisgeving. Steeds vaker zie je dit in schoolgidsen staan.
En toch gaat het vaak mis. Want de oude kaders spelen ongemerkt mee. Verbondenheid wordt vertaald naar teambuildings en enquêtes. Diversiteit belandt in persoonlijkheidsprofielen en ‘kleuren’-trainingen. Creativiteit krijgt de vorm van een brainstorm met post-its. En betekenisgeving wordt een purpose-sessie waarin iedereen zijn persoonlijk kompas opschrijft, waarna het gewone werk weer doorgaat.
Goede bedoelingen zijn dus nodig, maar niet genoeg. In onderwijs, in zorg, op elke plek waar we met mensen werken, lopen we vast zolang we blijven bouwen in dezelfde contouren.
Anders denken betekent de logica zelf kantelen. Niet langer uitgaan van maakbaarheid, controle en individuele prestatie. Maar zien dat verbondenheid, diversiteit, creativiteit en betekenisgeving het weefsel zelf zijn, niet iets wat het individu heeft of doet.
Dat vraagt oefening in het kijken naar verbinding en relaties. Het vraagt moed om het houvast van het bekende los te laten. Het vraagt vertrouwen in wie dit nu al kunnen zien en voorleven.
Organisaties hoeven dus niet anders te worden. Wij moeten anders leren kijken. Als je iets anders ziet verandert je betekenisgeving. Dan wordt het onmogelijk nog hetzelfde als daarvoor te doen.
Zodra dat gebeurt, verandert de organisatie mee. Zonder blauwdruk. Zonder stappenplan. Met alle ruimte in het moment voor wat nodig is.