Vandaag stak ik een straat over en zag een fietser naderen. Niet te snel, niet te langzaam, maar precies in dat tempo waarin je twijfelt: loop ik door, stop ik, wachten zij, of wachten we allebei?
We keken elkaar aan, een fractie van een seconde. Geen zwaai, geen knik, geen uitgesproken signaal. Gewoon simpelweg oogcontact, net lang genoeg om te voelen: ik zie jou, jij ziet mij, dit komt goed.
En het klopte. Mijn pas versnelde net genoeg, haar trappers draaiden net iets trager, en zonder enige verstoring bewogen we langs elkaar heen.
Geen abrupte stop, geen haastig ontwijken, geen ‘sorry’ omdat iemand het mis had ingeschat.
Ik liep verder en vroeg me af hoe vaak we dit doen. Hoe vaak we zonder woorden, zonder bewuste afspraken, door het leven navigeren op basis van dit soort kleine, gedeelde momenten van afstemming. Hoe de wereld niet functioneert op regels alleen, maar op het subtiele, intuïtieve samenspel tussen mensen.
Want wat als we niet hadden gekeken? Wat als een van ons recht vooruit had gestaard, doof en blind voor de ander? Dan was het een gok geworden. Een situatie waarin je moet vertrouwen op de regels in plaats van op de relatie.
Maar er waren geen regels. Even bestond de wereld uit niet meer dan een blik, een pas, een draaiende trapper.
En het was genoeg.