Een mens ontwikkelt zich in relatie met anderen. Als ik dat soort dingen zeg, zie ik mensen heel driftig knikken. Vrijwel iedereen is het ermee eens.
En toch, zo ontdekte ik, bedoelen we dan allemaal iets anders. De één denkt “Natuurlijk. Relaties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het individu.” Een ander denkt “Het systeem beïnvloedt het individu en andersom.”
Terwijl ik iets veel radicalers bedoel. De eigenschappen die we toekennen aan jou of mij of de ander, die ontstaan in de situatie zélf.
En ik begrijp dat een leraar nu kan denken "Nee hoor, Pietje is thuis ook druk."
De vraag is dan niet of Pietje 'echt' druk is. De vraag is onder welke omstandigheden wij hem als druk ervaren. Zou Pietje ook druk zijn geweest op een piratenschip in de vijftiende eeuw? Of op een middeleeuwse boerderij, waar dagen gevuld waren met lichamelijk werk, buiten zijn en voortdurend bewegen? Misschien zou zijn onrust daar helemaal niet als onrust verschijnen, maar als energie, daadkracht of uithoudingsvermogen.
Misschien is 'druk' geen eigenschap van Pietje, maar de naam die wij geven aan de ontmoeting tussen Pietje en een samenleving die uren stilzitten, concentreren en zelfregulatie verwacht.
Als ik zeg dat een mens zich ontwikkelt in relatie dan bedoel ik daarmee dat deze mens (jij of ik of wie dan ook) geen verzameling vaste eigenschappen hebben voorafgaand aan de situatie, die daarin kunnen 'ontwikkelen' of 'groeien' of 'verschuiven'.
De woorden zijn hetzelfde. Maar wat die woorden veronderstellen over mens en werkelijkheid is dus totaal anders. En de consequenties daarvan zijn groot. Want daar beginnen andere keuzes, ontstaat ander gedrag, andere begeleiding, ander leiderschap en uiteindelijk een andere samenleving.
Want als wie of wat iemand op dat moment is niet vooraf vastligt, maar steeds opnieuw relationeel verschijnt, dan zijn vriendelijkheid, leiderschap, creativiteit of pleasegedrag ook geen eigenschappen die iemand simpelweg bezit. Ze verschijnen, verdwijnen en veranderen met de situatie waarin ze ontstaan.
En dat is een wereld van verschil.
Geloof je dat eigenschappen ín mensen zitten, dan stuur je op het individu. Geloof je dat gedrag vooral voortkomt uit systemen en hun dynamieken, dan richt je je vooral op het veranderen van structuren en patronen.
Geloof je dat kwaliteiten en gedrag echter relationeel ontstaan, dan verandert de rol van een leraar, leidinggevende, bestuurder of hulpverlener. Je bent niet langer degene die mensen vormt, repareert of motiveert. Je neemt gewoonweg deel aan situaties waarin andere mogelijkheden kunnen verschijnen.
Daardoor verschuift ook waar je aandacht als eerste naartoe gaat. Niet naar de ander. Niet naar jezelf. Maar naar wat deze situatie mogelijk en onmogelijk maakt.
Niet in de zin van "dit heb ik goed gedaan" of "dit had ik anders moeten aanpakken" want dan verval je in een ander soort denken. En dus ook niet door je af te vragen "welke onuitgesproken loyaliteiten of aannames er onder de oppervlakte spelen".
Het is immers niet zo dat ík de situatie verander. Ook de situatie verandert 'jou' of 'mij' niet. Maar ik, jij én de situatie worden tegelijk anders.
Klinkt moeilijk. Is het niet.
We herkennen dit in een improvisatie bijvoorbeeld heel gemakkelijk. Als de ene speler zegt 'hé, heb je nu alweer mijn truitje aan?' dan definieert dat wie of wat de ander wordt. Tot (en daar zit de fun) je de status of de plot van het verhaal weet te draaien.
We herkennen het wanneer we onze gevoelens dansend uitdrukken. Als je moe bent en je beweegt op een manier die vermoeidheid esthetisch weergeeft dan bestaat de kans dat je je daarna energieker voelt. Gewoonweg omdat de situatie is veranderd.
En als je denkt dat je iets stoms gezegd hebt en onbewust uit spanning je adem inhoudt dan kan het dat een welgemeende 'ach joh' de situatie kantelt en je eindigt in een lach.
Alleen in het dagelijkse leven glijden we weer terug in 'jij'- en 'ik'-rollen. We vallen terug in het idee dat verbinding tussen ons ontstaat, in plaats van te zien dat juist die relatie mogelijk maakt wie er op dat moment als 'jij' en 'ik' kan verschijnen.
In het Westerse wereldbeeld spreken mensen over 'verbinding' wanneer ze bedoelen dat relaties invloed hebben op mensen. In dit nieuwe wereldbeeld maken relaties mede mogelijk wie of wat er überhaupt verschijnt. Dat verschil lijkt klein. Tot je er les mee gaat geven, een team mee gaat leiden of een kind mee probeert te begrijpen. Dan blijkt het ineens een totaal andere wereld.
We mogen leren zien dat er geen ik voorafgaat aan de relatie, maar dat de relatie telkens opnieuw mogelijk maakt wie als 'ik' en 'jij' verschijnt. We mogen leren zien dat iedere nieuwe relatie de manier is waardoor iets tijdelijk verschijnt. Dat iedere ontmoeting ons opnieuw componeert. Dat we nooit af zijn, omdat het leven zelf nooit af is.
Misschien gaat ontwikkeling daarom veel minder over jezelf of de ander veranderen en veel meer over het zorgvuldig verzorgen van situaties waarin nieuwe mogelijkheden kunnen verschijnen. Want wat verschijnt, dat verandert alles wat er op dat moment is.

