De mens lijdt het meest… zo’n tegeltje hing er vroeger bij ons op de wc aan de muur. Ik las het vaak. De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest. Het was zo’n waarheid waar amper aan te twijfelen valt. Tot ik er onlangs nog eens over mijmerde en dacht.. De mens lijdt wellicht nog wel het meest .. aan het feit dat hij in het universum weinig te zeggen heeft.

We bouwen systemen, wetten en structuren, we temmen rivieren en sturen satellieten de ruimte in. We plannen onze agenda’s, structureren onze vaatwassers en vinden de kortste route naar het werk, ook als er file staat. Maar zodra er een mug in onze slaapkamer is, een kind ziek wordt of de koffie is uitverkocht raken we gelijk gefrustreerd.

We weten wel dat we niet alles kunnen plannen, maar toch houden we graag vast aan controle. We bedenken verklaringen, strategieën, verzekeringen en back-upplannen. Alsof we met genoeg voorbereiding het lot een stap voor kunnen blijven. Alsof het universum een bureaucratische instantie is die zich aan onze beleidsplannen zal houden. Maar wat als we moeten toegeven dat we maar een rimpeling in de kosmos zijn?

Dat knaagt….

We willen namelijk niet alleen maar een relaxt en comfortabel leven. We willen dat onze keuzes ertoe doen. Dat ons bestaan een afdruk nalaat. Dat onze inspanningen niet oplossen in het grote niets. Dat we iemands leven beter maken. Dat we bijdragen. Dat het niet voor niets is geweest. En als alles ‘gewoon goed gaat’ dan lijkt het alsof we dat kunnen doen.

En precies daar zit het pijnpunt: als niets in steen gebeiteld is, als alles beweegt en vergaat, hoe kunnen we dan ooit iets nalaten? Hoe houden we vast aan verantwoordelijkheid als de sterren zelf ons niet eens zien?

Misschien is het probleem niet dat we weinig te zeggen hebben in het universum, maar dat we denken dat we iets móéten zeggen. Dat we onze waarde meten in invloed, terwijl het universum ons juist uitnodigt om deel te nemen in plaats van te heersen. Om niet te denken in dominantie of controle, maar in resonantie, in een afstemming die ons uit onze benauwde bubbel van zelfbeschikking haalt.

We hoeven het universum niet te bezweren. We hoeven niet altijd grip te hebben. We mogen durven ervaren wat er is. Misschien ligt onze grootste vrijheid niet in wat we kunnen geven, maar in wat we durven ontvangen.