Als iemand in de ene situatie rustig en helder blijft, maar zich in een andere situatie juist gespannen of overweldigd voelt, dan hebben we vaak de neiging om dat verschil toe te schrijven aan iets in de persoon zélf. Ik ben gewoon een aanpasser, zeggen we dan. Of ik ben nu eenmaal faalangstig. Alsof het een vaststaand kenmerk is dat altijd in jou huist, klaar om op te duiken bij het eerste beste ongemak.

Wie iets dieper kijkt, zal misschien zeggen: 'Maar wacht even, je bent niet altijd zo. Je voelt je blijkbaar alleen bij hém onzeker. Of alleen in díe groep!' En dus moet het wel aan de ánder liggen. Of aan de situatie. De trigger. De context.

Maar ook dat doet geen recht aan de werkelijkheid. Want zelfs ‘de ander’ bestaat niet los van jou. Het denken dat het óf aan jezelf ligt óf aan de ander, is daarom het soort binaire logica dat complexiteit juist vernauwt.

Wat je ervaart, is geen optelsom van losse factoren; jij, die ander, de ruimte, het moment. Het is veel eerder een afstemming tussen omstandigheden, relaties, sfeer, timing, verwachting, lichaam, verleden en nog iets wat geen naam heeft maar wél invloed. Jij bent niet de oorzaak. De ander ook niet. Het is de situatie die zichzelf vormt via jullie ontmoeting.

Jezelf ‘een aanpasser’ noemen is een verhaal over identiteit, niet over ervaring. Het maakt een patroon tot een eigenschap, terwijl het misschien simpelweg een respons was in die ene context. Net zo goed is ‘de ander triggerde me’ vaak een versimpeling. Want hoe en waarom iets je triggert, ontstaat in de interactie, of liever gezegd, in de intra-actie, waarin jij en die ander even samen worden gevormd tot een specifieke configuratie.

Een beetje zoals het weer. Niet letterlijk regen of zonneschijn, maar een innerlijke atmosfeer waarin iets zich aandient: schroom of lef, helderheid of verwarring, soepelheid of verzet.

Stel je voor: je loopt buiten en ineens voel je kou. Je trekt je jas strakker om je heen. Niet omdat jij van nature een koukleum bent. En ook niet omdat de wind op zichzelf vijandig is. Maar omdat er op dat moment iets samenvalt. Het vocht in de lucht, de richting van de wind, wat je die dag aan hebt, hoe je geslapen hebt, of je net gegeten hebt of nog niet.

Het weer van een situatie dus. Niet alleen buiten je, maar ook ín je. Soms dringt iets door je kleren heen. Soms ben je onverwacht warm, zelfs zonder zon. En net zo verandert ook jouw gedrag, jouw openheid of terugtrekking, niet uit karakter of schuld, maar uit samenhang.

Dus nee, het ligt niet aan jou. En ook niet aan de ander. Het ligt aan wat er tussen jullie gebeurt, en hoe jij daarin gevormd wordt, telkens opnieuw.

Wat je ervaart is niet iets van jou of van de ander, maar iets tussen jullie in. Zoals mist pas zichtbaar wordt wanneer koude en warme lucht elkaar ontmoeten. Wat er gebeurt, is relationeel. Situationeel. Tijdelijk. Levend.

En juist dat inzicht, dat je niet hoeft te zoeken naar een fout in jezelf of een verklaring buiten jezelf.. dát opent iets. Iets nieuws. Iets zachts. Iets waar ruimte zit.