Je bent niet altijd dezelfde. Of ja, je bent er wel, maar dan met andere kleuren. Soms met meer felblauw, soms een beetje vergeeld aan de randjes. Je praat anders bij je vrienden dan aan de keukentafel. Je denkt anders als je denkt dat niemand kijkt. Je komt harder uit de hoek in een vergadering dan je van plan was. Of zachter, ineens, als iemand iets zegt wat op vroeger lijkt.

Dat is geen masker. Dat is geen toneelstuk. Dat bén jij. Maar jij in relatie tot wat er om je heen vibreert, fluistert, duwt, naar je kijkt zonder iets te zeggen.

We zijn geen poppetjes die op een speelbord steeds een stapje zetten, we zijn eerder als een vlek die pas zichtbaar wordt als je een glas water morst op een houten tafel. Jij als ‘ikje’ bent daar pas als je iets ervaart. In dat moment.

Intra-actie heet dat. Ja, moeilijk woord. Maar het voelt niet moeilijk als je het even laat sudderen. Het betekent dat jij en de wereld niet eerst apart bestaan en dan gaan samenwerken. Nee, jullie ontstaan door dat contact, door de aanraking zelf. Geen jij-zij, maar een soort ja-ja.

Je bent dus niet simpelweg dezelfde persoon in verschillende situaties. Jij, zoals je nu bent, bestaat niet los van wat er op dit moment gebeurt. Je zelf ontstaat telkens weer, zoals dauw. Wat je vandaag denkt, voelt en doet, wordt gevormd door wat er om je heen gebeurt. En dat betekent ook dat je jezelf niet hoeft vast te zetten in één idee van wie je bent.

Maar misschien roept dit vragen op. Als er geen vast ‘ik’ is, zoals Barad stelt, hoe kan iemand dan leren? Hoe kan kennis of een herinnering blijven bestaan als er geen stabiel ‘ik’ is dat die informatie verzamelt en opslaat?

Volgens Barad is leren niet zoals het opslaan van data op een harde schijf. Kennis ligt niet ergens in een persoon, klaar om later opgehaald te worden. In plaats daarvan verandert een ervaring niet alleen wat iemand weet, maar ook hoe diegene zich verhoudt tot de wereld. Leren is geen verzameling feiten, maar een voortdurende verandering in hoe iemand intra-acteert met zijn omgeving (daar heb je dat moeilijke woord weer, interactie maar dan zonder een vast ‘ik’). Dit betekent dat kennis niet losstaat van de situatie waarin ze opkomt. Weten is niet iets wat je hebt, maar iets wat telkens gebeurt, afhankelijk van de context.

Maar als herinneringen niet worden opgeslagen zoals bestanden in een computer, hoe kan het dan dat je een zin van je moeder, bijvoorbeeld een waarschuwing die je ooit kreeg, letterlijk kunt herhalen?

Volgens de klassieke opvatting van geheugen ligt een herinnering ergens in je brein opgeslagen en kun je die later terughalen. Maar als we Barads intra-actieve perspectief volgen, werkt het anders. Laten we eens kijken hoe dat zit.

Denk aan die ene zin van je moeder. Die ene die je niet meer wilde horen en toch weer komt opdagen als je op een wiebelige keukentrap staat. “Doe voorzichtig, anders val je.” Niet omdat je die zin ergens hebt opgeslagen in je hersenpan als een bestand met naam en datum, maar omdat de situatie zelf die zin weer wakker maakt. Alsof de ladder en de lichtval op dinsdagmiddag zeggen: “hé, deze woorden horen hierbij.”

Het is zoiets als slaan op een gong. Het geluid ligt niet ergens opgeslagen, het wordt geproduceerd in het moment dat je met de klopper op de gong slaat.

Herinneringen leven niet in jou, ze leven met jou. Ze zijn geen foto’s in een map, maar patronen in het behang van je ervaring. En soms veranderen ze van kleur. Wat eerst waarschuwde knelt nu. Wat ooit geruststelde hindert je nu. De zin is dezelfde, maar het gevoel is anders.

Vanuit dit perspectief is een herinnering nooit een exacte kopie van het verleden, maar een nieuwe intra-actie waarin sporen van eerdere ervaringen doorklinken. Dit verklaart waarom herinneringen kunnen vervormen, waarom sommige details veranderen en waarom iets wat je vroeger op een bepaalde manier zag, opeens een andere lading kan krijgen.

Het verleden is niet in steen gebeiteld, hooguit in nat zand geschreven.