Er zijn woorden die je niet begrijpt met je hoofd, maar met je huid. Woorden die je niet leest maar die je doorkruisen. Koyaanisqatsi is zo’n woord. Toen ik het voor het eerst tegenkwam voelde ik meteen dat ik er meer van wilde weten. Alsof mijn lijf al wist hoe waardevol het was, voordat mijn hoofd het kon begrijpen. Dus ben ik op zoek gegaan.
Koyaanisqatsi komt uit de Hopi-taal, gesproken door een van de oudste inheemse volkeren van Noord-Amerika. Letterlijk betekent het leven uit balans, maar het woord draagt veel meer dan die vertaling kan bevatten. Het is geen klacht en geen beschuldiging. Het is een constatering, een trilling, een adem die waarschuwt.
In de wereld van de Hopi is alles relationeel. De mens leeft niet boven de natuur maar in haar, niet als eigenaar maar als deelnemer. Het landschap leeft, de stenen luisteren, het ritme van de seizoenen is niet decor maar gids. Evenwicht is geen ideaal dat je moet behalen, maar een vorm van trouw aan de beweging van het leven zelf.
Wanneer de balans verdwijnt ontstaat koyaanisqatsi. Niet als plotselinge ramp, maar als richting die wij mensen kiezen, of misschien beter gezegd, vergeten dat wij die ooit kozen. Het gebeurt wanneer wij ons losmaken van de onderlinge afhankelijkheid tussen aarde, lichaam, tijd en gemeenschap. Wanneer systemen zwaarder gaan wegen dan relaties. Wanneer snelheid, macht of controle belangrijker worden dan verbondenheid.
Koyaanisqatsi is dan een wereld die nog wel draait maar waarin niets meer klopt. Een wereld waarin productie groeit terwijl betekenis verdwijnt, waarin kennis toeneemt terwijl wijsheid uitdooft.
In de Hopi-traditie gaat leven uit balans niet alleen over mensen. Het is een verschuiving in het hele weefsel. Planten merken het, dieren reageren en de aarde zelf wordt deel van het verhaal. Wat ik zo voel aan dit woord, is dat het niet vraagt om schuld of spijt. Het vraagt om luisteren. Om herkennen dat het leven geen rechte lijn is, maar een dans van afstemmen, meebewegen, bijstellen, herverbinden.
En misschien is dat precies waar onze cultuur naar snakt. Niet naar nog meer controle of nog strakkere systemen, maar naar het lef om toe te geven dat het niet meer klopt. We zijn het contact verloren en diep vanbinnen wisten we dat al. Koyaanisqatsi is op deze manier een woord dat iets onthult wat wij liever niet zien, maar dat ons, als we het durven toelaten, ook een uitnodiging geeft. Om terug te keren. Niet naar vroeger, maar naar relatie. Naar leven dat leeft.