Wanneer mensen het woord playfulness horen, denken ze vaak aan lachen, loslaten, iets nieuws durven proberen. Aan openheid, creativiteit, experiment. Aan luisteren met al je zintuigen, improviseren zonder angst voor fouten. En dat klopt. Het zijn de zichtbare bijeffecten van een speelhouding: een zekere lichtheid, een beweeglijk hart, een bereidheid om opnieuw te beginnen.

Maar dat is nooit mijn doel geweest. Playfulness is voor mij geen techniek om dingen leuker te maken. Het is geen manier om lesstof aantrekkelijk te verpakken of teams beter te laten samenwerken. Voor mij is playfulness niets minder dan een wijze van bestaan.

Niet gericht op effect, maar op ervaring. Niet bedoeld om iets te bereiken, maar om iets te openen. Want wat gebeurt er eigenlijk als we spelen? Niet alleen met onze handen of lichamen, maar met betekenis zelf?

Dan worden betekenissen opengebroken door dubbelzinnigheid en paradox of juist verdicht via poëzie, mythe en metafoor. Om ons te helpen verstaan dat door ons heen wil leven. Dan verschuiven betekenissen, simpelweg door een zin met een andere intonatie uit te spreken. Of een woord op een onverwachte plek neer te leggen. Niet om te verwarren, maar om los te weken wat vast zat. En soms wordt betekenis juist onderbroken. Door stilte. Door een pauze. Door absurditeit. Alsof je even vergeet wat iets betekent en in die verwarring iets wezenlijkers ervaart.

Deze vorm van playfulness is niet vrolijk. Of misschien: niet alleen vrolijk. Het is existentieel. Een manier om je verhouding tot de wereld te herzien. De filosoof Gadamer schrijft hierover. Begrijpen is voor Gademer niet als iets dat je doet, maar als iets dat met jou gebeurt. Als een spel van vraag en antwoord, van meebewegen met wat zich aandient. In zijn hermeneutiek is het Spiel de ruimte waarin betekenis niet wordt opgelegd, maar verschijnt. Tussen jou en het andere. Tussen tekst en lezer, tussen verleden en heden, tussen spreken en zwijgen.

Bij Gadamer is spelen een vorm van ernst. Een overgave aan het gebeuren van betekenis, waarin jij als speler zelf bewogen wordt. Playfulness, dan, is geen versiering van het bestaan, maar een opening. Een manier om niet vast te zitten in het weten, maar ontvankelijk te blijven voor het onverwachte. Niet omdat niets meer iets betekent, maar omdat alles ook iets anders kan betekenen.

In een wereld die vraagt om zekerheid, controle en consistentie, kiest playfulness voor ontvankelijkheid, resonantie en beweging. En daarin, in dat zinderen tussen spreken en zwijgen, tussen betekenis en ruimte, daar leeft het spel. Zoals Gadamer zei: niet als iets dat wij beheersen, maar als iets dat ons speelt.

Wellicht zouden we dit naar het schoolcurriculum mogen brengen, simpelweg omdat het leven zelf een oneindig spel is van betekenissen die komen en gaan, hard worden, breken, verschuiven. En wie dat niet leert zien, loopt gevaar. Want een kind dat nooit leert dat betekenis beweegt, neemt alles letterlijk. Denkt dat ‘dom’ een waarheid is, dat ‘falen’ een eindpunt is,
dat ‘ik ben zo’ iets is wat niet kan veranderen.

Een volwassene die dat niet heeft geleerd, vecht zich vast in overtuigingen. Zet zichzelf klem in labels, regels, rollen. Wordt hard van binnen waar het zacht mocht blijven.

Stel je voor dat mensen al jong leren dat elk woord ook een ander gezicht heeft, dat een fout iets open kan breken, dat betekenis niet altijd klopt, en dat dat oké is, dat verwarring geen gevaar is, maar een uitnodiging, dat ze zélf betekenis kunnen laten verschuiven, door een andere toon, een andere vraag, een andere blik.

Als mensen leren dat niet alles wat je denkt waar is, dan ontstaat er ruimte. Ruimte om te ademen als je ‘niet goed genoeg’ denkt te zijn. Ruimte om te lachen als het anders loopt dan je had verwacht. Ruimte om opnieuw te kijken naar de ander, naar jezelf, zonder het verhaal al te hoeven kennen. Niet als trucje. Niet als ‘tool’. Maar als levenshouding.

Want het vermogen om met betekenis te spelen is geen luxe. Het is een bestaansvoorwaarde in een complexe wereld. Een wereld waarin vaste waarheden botsen, algoritmes versimpelen wat gelaagd is, en systemen mensen opsluiten in rollen die ooit zijn bedacht, maar nooit af zijn.

Dan wordt volwassen zijn geen eindpunt, maar een voortgaand spel. Precies zoals het bedoeld is.