Sommige mensen lijken niet goed te passen. Ze raken vermoeid van vergaderingen waarin niks gebeurt en haken af zodra iets ‘nu eenmaal zo gaat’. Ze stellen vragen die anderen lastig vinden. Ze willen weten waarom iets zo moet. Ze willen menselijkheid waar de voorschriften vermelden dat dit niet mag. En ze voelen feilloos aan wanneer woorden niet kloppen met gedrag.

Meestal zegt de organisatie wanneer ze daarop vastlopen: Misschien moet je aan je belastbaarheid werken.” of: “Heb je al eens naar coaching gekeken?” Maar wat als dit soort mensen geen probleem in het systeem zijn, maar een signaal vóór het systeem?

Wat als hun ‘lastigheid’ niet ligt aan hun sensitiviteit, maar aan het feit dat ze iets zien wat anderen niet (meer) opmerken?Wat als hun waarneming niet te scherp is, maar gewoon… accuraat?

Laten we eens kijken wat ze ons vertellen. Het gaat erover dat wij mensen verhalende wezens zijn. Zonder verhaal: geen zin. Geen troost. Geen identiteit, richting, samenhang. Geen grip. We hebben het dus nodig. Maar systemisch bekeken… maken juist die verhalen ook problemen. Niet omdat verhalen slecht zijn, maar omdat ze: uitsluiten wat er niet in past, de werkelijkheid versimpelen tot lineaire oorzaken en gevolgen, herhalen wat bekend is en dus weinig ruimte laten voor het onbekende, morele patronen versterken (held, slachtoffer, schuldige) die onze handelingsruimte verkleinen en vooral: omdat systemen verhaalvormen overnemen als structurerend principe, alsof de werkelijkheid zelf narratief is

Denk aan het hulpverleningssysteem dat iemand nodig heeft met een kloppend verhaal om ondersteuning te mogen krijgen. Het onderwijssysteem dat kinderen leerwegen laat lopen alsof ontwikkeling voorspelbaar is. Organisaties die verandering alleen snappen via een heldenreis-narratief.

Verhalen bieden houvast, maar ook versmalling. Zodra systemen gaan denken in verhalen, gaat er iets mis. Dan is er geen ruimte meer voor improvisatie of experiment. Dan moet gedrag passen bij het narratief. Dan verdwijnt alles wat niet in het script past terwijl daar juist het nieuwe ontstaat.

Misschien moeten we organisaties helpen zien wat ze niet willen voelen. Wat ze wegzetten als individueel ongemak, maar systemisch veroorzaakt wordt. Wat ze normaliseren in taal, maar voelen in verloop, ziekteverzuin, perfectionisme, frustratie en stil verzet. En wat dat zegt over hoe ze werken, besluiten en vooral: over hoe ze denken. Over wat ze wérkelijk nodig hebben.

Want als we dáár niet naar luisteren, blijft het systeem lekker doordraaien. Tot er niemand meer over is die nog iets wil zeggen.

Of willen we wachten we tot De Correspondent daar een boek over uitbrengt?