Ik had vroeger het idee dat bewustzijn iets van mij was. Mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn ervaringen. Ze zaten in mijn hoofd, in mijn lichaam, netjes opgeborgen tussen huid en schedel. Een binnenwereld waar ik toegang toe had, een soort persoonlijke bioscoop.

Maar toen ik er scherper op begon te letten, zag ik hoe zelden een gevoel zomaar verscheen. Er was altijd iets wat haar uitnodigde. Een geur die me optilde naar vroeger. Een geluid dat iets openscheurde. Een blik, een woord, een zucht, een verandering in het licht. Alles leek voort te komen uit aanraking. Of nee, uit ontmoeting.

Bewustzijn leek dat wat gebeurt, telkens opnieuw, wanneer ik in aanraking kom met iets of iemand. In al mijn ervaringen zat eigenlijk nooit een ik dat alles meemaakte. Er was alleen maar... ontmoeting. Een proces. Iets dat zich ontvouwt, steeds weer, in relatie. En zonder die ontmoeting... was er niets. Zonder dat ik me richtte op iets wat mijn zintuigen waarnamen of een innerlijke gedachte of gevoel.. dan ... viel ik in slaap.

Hoewel mijn lichaam door de jaren heen ouder werd, mijn huid anders aanvoelde en nieuwe plooien kreeg, de slaap lichter werd, het ritme trager, veranderde dat ‘bewustzijnsgevoel’ dat nooit.Het leek zelfs tijdloos. Het is er zodra ik wakker word, of misschien zelfs eerder al, dat stille, open weten voordat de dag zich aandient. Alsof het me voorafgaat. Of beter nog: alsof ik erin ontwaak.

In al mijn ervaringen zat eigenlijk maar één constante: de ontmoeting. Niet als iets wat 'ik' doe met de wereld om me heen, maar iets dat tussen mij en de wereld vorm krijgt. Niet mijn ‘bewustzijn’ dat iets ervaart, maar ervaring die zich aandient. Ik begon bewustzijn te herkennen als een proces, een ontvouwing, een gebeuren dat alleen maar kan bestaan in relatie. Niet een losse entiteit, niet een innerlijk scherm waarop beelden worden afgespeeld. Maar iets dat ontstaat in het samenzijn, het raken, het reageren.

Niet een losse entiteit in een lichaam. Niet een privé-ikje dat een reeks indrukken opslaat in een binnenarchief. Maar een veld van beweging, trillend tussen mij en wat ik niet ben. Misschien is bewustzijn wel niets in mij, maar juist wat ontstaat tussen mij en de wereld. Een golf die alleen zichtbaar wordt als hij ergens tegenaan klotst.

Wat als ervaring nooit van ons is? Wat als bewustzijn niet van binnen leeft, maar geboren wordt in het midden? In het subtiele tussen. Daar waar jij en de wereld elkaar even raken zonder samen te vallen.

Wat als dat hele ‘binnen’ een vergissing is, een misleidend idee dat we overnamen zonder te merken dat het eigenlijk nergens klopt? Wat als de kern van wie ik ben, alleen maar bestaat in het contact, het aanraken, het aangesproken worden, het beantwoord worden? Wat als dat tere, levende veld van wederkerigheid, de diepste kern van ‘ik’ is?

Misschien is dat waarom de meest wezenlijke momenten zich niet laten vastpakken. Waarom we in flow even ons ik-besef minder hebben. Omdat ze geen dingen zijn. Geen bezit. Geen afdruk in een binnenwereld. Maar iets vluchtigs, levends, dat zich vormt op het snijvlak van mij en alles wat niet ik is.

En dat ‘mij’ dan eigenlijk helemaal niet vaststaat. Misschien was ik al die tijd gewoon een knooppunt in de tijd. Een vorm die ontstaat als lucht met huid danst. Een naam voor een beweging. Altijd al een beetje ongrijpbaar.

Ja, ongrijpbaar... dát herken ik wel als naam voor mezelf 😉