Ik had altijd gedacht dat dingen waren zoals ze waren. Een boom was een boom. Een steen was een steen. Ik was ik.

Maar toen keek ik naar een kameleon.

In een documentaire kroop hij langzaam over een tak. Eerst felgroen, toen bruin. Ik wist dat het kwam door pigmentcellen in zijn huid, door biologie en fysica, door iets wat verklaarbaar was. Maar dat was niet wat ik zag. Ik zag een wezen dat veranderde. Niet van binnenuit, maar door waar hij zich bevond.

Was de kameleon groen of was hij bruin? Had hij een kleur op zichzelf, of ontstond zijn kleur in relatie tot de wereld om hem heen?

De wereld leek me altijd te vertellen dat dingen een essentie hadden, iets dat ze echt maakte. Een appel is rond. Een mens heeft een karakter.

Maar als dat zo was, waarom veranderde ik afhankelijk van waar ik was, met wie ik sprak, wat er van me werd verwacht? Waarom voelde ik me in het ene gezelschap extravert en in het andere introvert? Waarom werd een grap die ik thuis moeiteloos kon maken, op een werkbijeenkomst een ongemakkelijke stilte? Was dat allemaal sociaal wenselijk gedrag, of betekende het dat ik nooit een ‘echte’ kern had?

(Ik geef het toe.. ik heb best lang gedacht dat het de eerste keuze was. Dat het ‘pleasegedrag was’. Tot ik erachter kwam dat het meer te maken had met empathie, inlevingsvermogen en ook simpelweg sociaal gedrag).

En toen kwam de dag dat ik het breder zag. Wat als een boom niet alleen een boom is, maar ook schaduw, zuurstof, een klimboom voor een kind? Wat als een rivier niet alleen water is, maar ook de bedding waar hij doorheen stroomt, de dorst die hij lest, de barrière die hij vormt?

En als ik mezelf niet kon vastpinnen, hoe zat dat dan met de rest van de wereld? Het duurde even voor ik daar taal voor vond.

Dingen bestaan niet op zichzelf, los van relaties. Maar dat betekent niet dat alles toevallig is, dat alles maar kan ontstaan en verdwijnen zonder richting. Relaties werken. Ze laten dingen gebeuren, ze hebben een materiële kracht.

Misschien heeft een kameleon geen kleur. Misschien heeft hij alleen de gave om in contact te zijn met zijn wereld.

En misschien is dat de enige identiteit die telt.